Vier vragen doorstroming onderwijs

Twee vermoeide leerlingen in een middelbare schoolklas. Beeld Marcel van den Bergh

Minister Arie Slob van Onderwijs wil het makkelijker maken voor scholieren om door te stromen van de havo naar het vwo. De minister onderzoekt of er één toelatingseis kan komen voor alle havoleerlingen. Vier vragen.



Wat is er nieuw aan Slobs idee? Een scholier kan na de havo toch gewoon door naar het vwo?

Dat valt tegen. Bijna alle scholen met een vwo-afdeling stellen eisen aan leerlingen die met een havo-diploma op zak door willen naar 5 vwo. Ze eisen bijvoorbeeld dat een leerling gemiddeld een 7 heeft gescoord op zijn eindexamen. Of een 7,5. Of ze vragen een positief advies van de havo-afdeling.

Daardoor stromen niet alle leerlingen door naar het vwo, die dat wel willen. Uit onderzoek van onderzoeksbureau Oberon in opdracht van het ministerie van Onderwijs blijkt  dat 42 procent van de vwo’s af en toe een havist niet toelaat. Bij 13 procent gebeurt dat (zeer) regelmatig.

De obstakels die scholen opwerpen zijn onderdeel van een groter probleem. De Onderwijsinspectie sloeg in 2015 alarm omdat er steeds minder ‘gestapeld’ werd op scholen. Leerlingen stroomden na het vmbo minder vaak door naar de havo en van de havo minder vaak naar het vwo. Laatbloeiers en kinderen uit lagere sociale milieus waren daarvan de dupe, stelde de inspectie. Overigens lijkt die trend inmiddels gekeerd. In 2016 meldde het ministerie dat het aantal stapelaars weer toeneemt.

Waarom stellen scholen eisen aan leerlingen die hogerop willen?

‘Niet elke scholier is gebaat bij een stap naar het vwo’, zegt Paul Rosenmöller, voorzitter van de VO-raad, de belangenorganisatie van schoolbesturen en scholen in het voortgezet onderwijs. Volgens hem heeft niet elke leerling ‘de wetenschappelijke attitude’ die nodig is voor het vwo. ‘Daarom kan een school zeggen: ga naar het hbo, dat is een betere plek voor jou.’

Een havo-diploma is bovendien geen garantie voor succes op het vwo. Scholen willen leerlingen behoeden voor een ‘faalervaring’, blijkt uit het eerder genoemde onderzoek van Oberon. Door bijvoorbeeld alleen leerlingen met een hoog gemiddeld eindcijfer door te laten, hopen scholen te voorkomen dat veel leerlingen zakken voor hun eindexamen.

Dat is niet alleen een daad van liefdadigheid. Scholen willen ook vermijden dat de minder goede havo-leerlingen eenmaal op het vwo het het slagingspercentage van de school omlaag halen, blijkt uit het onderzoek van Oberon. Een hoog slagingspercentage is niet alleen belangrijk omdat veel ouders er op letten bij het kiezen van een school, ook de Onderwijsinspectie let erop.

Minister Arie Slob Beeld ANP

Wat gaat minister Slob daaraan doen?

De minister wil de wet zo wijzigen dat er één regeling komt voor alle havo scholieren. ‘Alle leerlingen verdienen de kans om het maximale uit zichzelf te halen’, aldus minister Slob donderdag bij het bekendmaken van zijn plannen.

Dat betekent niet dat elke havist in de toekomst zeker is van een plekje op het vwo. De minister wil voorkomen dat leerlingen die het niveau niet aankunnen op het vwo belanden. Een van de toelatingscriteria die Slob overweegt, is dat leerlingen acht havo-vakken moeten hebben afgerond in plaats van de gebruikelijke zeven. Zo moet de overgang naar het vwo soepeler worden. De nieuwe regeling zou wat Slob betreft in het schooljaar 2020-’21 moeten ingaan.

Niet alleen de doorstroom naar het vwo wordt aangepakt. Staatssecretaris Sander Dekker (onderwijs) kondigde vorig jaar al aan dat ook de overgang van vmbo’ers naar de havo wordt versoepeld. Eind februari stuurt minister Slob de benodigde wetswijziging naar de Tweede Kamer.

Eind goed al goed?

Als het aan het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) ligt wel. De scholieren zijn voorstander van het gelijktrekken van de toelatingseisen. ‘Nu kan het zo zijn dat een school in Enschede eist dat leerlingen een 7,5 staan, terwijl een school in de omgeving een 6 vraagt’, aldus LAKS-voorzitter Jordy Klaas. ‘Dat is onduidelijk en onlogisch.’

Paul Rosenmöller van de VO-raad, heeft ‘begrip’ voor de maatregel van de minister. Maar er moet volgens hem wel goed gekeken worden naar de manier waarop scholen straks beoordeeld zullen worden door de inspectie. ‘Als meer leerlingen zakken voor hun vwo-examen als gevolg van deze maatregel, moeten scholen daar niet op afgerekend worden.’ 

Een oplossing zou volgens Rosenmöller bijvoorbeeld kunnen zijn om bij het berekenen van de slagingspercentages de leerlingen die van de havo komen niet mee te rekenen. 

Overigens gaat het niet om enorme hoeveelheden leerlingen. In het schooljaar 2015-2016 stroomde iets meer dan 5 procent van de havo-leerlingen door naar het vwo. In de jaren daarvoor lag dat percentage nog lager.


Bron: https://www.volkskrant.nl/nieu...

Terug naar overzicht