In het jaarlijkse rapport De Staat van het Onderwijs (2019) luidt de onderwijsinspectie de noodklok over het afnemende taal- en rekenniveau en de toenemende laaggeletterdheid. Verschillen in prestaties tussen scholen worden groter en de segregatie in het onderwijs groeit. 

De auteurs werken bij de opleiding Pedagogische Wetenschappen van primair onderwijs aan de Radboud Universiteit, Nijmegen; Anna Bosman als hoogleraar pedagogiek, Robin van Rijthoven als opleidingscoördinator en Erik Meester als stagecoördinator.

Veel scholen lokken ouders en leerlingen met vernieuwing, zonder dat duidelijk is of zulke experimenten beter onderwijs opleveren, aldus de inspectie. Hoe kunnen ouders bij het kiezen van een school zin van de onzin scheiden? Vijf misvattingen van modern onderwijs. 

1. Een kind hoeft geen kennis te vergaren want alles staat op internet.

Verwar informatie niet met kennis. Informatie staat op internet en kennis zit in het hoofd. Om te kunnen beoordelen of informatie juist is, is veel kennis noodzakelijk. Daarom is het ook nu, in tijden van nepnieuws, van groot belang dat leerkrachten een brede, cultureel rijke kennisbasis bijbrengen. Zonder die achtergrondkennis kun je informatie op internet niet op waarde schatten. Pas met een goede basis aan kennis, kun je nieuwe informatie omzetten in en integreren met bestaande kennis.

2. Een kind heeft unieke talenten en krijgt daarvoor gepersonaliseerd onderwijs.

Elk kind is inderdaad uniek, maar dat wil niet zeggen dat alle kinderen op een andere manier leren. Iedereen kan haar of zijn talent ontwikkelen maar dat vergt altijd expliciete instructie en doelgerichte, veelvuldige oefening. Ook Cruijff, Picasso en Einstein hebben duizenden uren geïnvesteerd in de ontwikkeling van hun talent.

Iedereen heeft begeleiding nodig en het lijkt logisch om deze te geven via meer gepersonaliseerd onderwijs. Maar wat over het hoofd wordt gezien, is dat een leerkracht die aandacht besteedt aan één kind, geen aandacht kan besteden aan de 25 andere leerlingen in de klas. Deze versplintering van aandacht zorgt voor minder in plaats van meer persoonlijke aandacht voor de ontwikkeling van talent. Daarom is de klassikale benadering nog niet zo’n slecht idee.

3. Een kind wordt gecoacht in plaats van onderwezen.

Een coach gaat ervan uit dat een kind het eigen leerproces kan sturen. Een leerkracht daarentegen geeft sturing door nieuwe kennis en vaardigheden aan te leren; het doel van het primair onderwijs. Een kind dat als beginner op school komt, is niet in staat het eigen leerproces te sturen. Beginners hebben namelijk, anders dan experts, weinig kennis en die kennis is slecht georganiseerd. Daarom zijn zij gebaat bij expliciete instructie met veel concrete voorbeelden en begeleid oefenen. De leerkracht neemt hier dus bij voorkeur een sturende rol aan. Gaandeweg het leerproces bouwt de leerkracht de sturing natuurlijk af zodat leerlingen het uiteindelijk zelf leren doen.

4. Een kind wordt voorbereid op de snel veranderende arbeidsmarkt.

Het primair onderwijs bereidt het kind niet voor op de arbeidsmarkt. Vanuit het doel kinderen in algemene zin te vormen worden basale kennis en vaardigheden aangeleerd om leerlingen in staat stellen deel te nemen aan vervolgonderwijs. Pas na afronding daarvan zijn zij toegerust voor deelname aan de maatschappij.

Het ontplooien van creativiteit, probleemoplossend vermogen en kritisch denken, de zogenoemde ‘vaardigheden voor de 21ste eeuw’, is pas mogelijk als kinderen kennis en basisvaardigheden hebben opgedaan. Hoe herkennen ze anders wat het probleem is, waarop kritisch gereflecteerd moet worden en dat om een creatieve oplossing vraagt?

5. Een kind mag zelf bepalen wat, hoe, waar en wanneer hij/zij leert.

Wij sluiten aan bij de belevingswereld van uw kind – het klinkt prachtig, maar de school is er juist om de belevingswereld van kinderen open te breken. Niemand zal van een kind verwachten dat hij/zij weet wat er allemaal te leren valt en wat meer en minder belangrijk is. Vermenigvuldigen wordt lastig als je niet kunt optellen. 

Van leerkrachten mag men wel verwachten dat zij dit overzicht hebben en zo het primair onderwijs tot een plek maken waar dingen over de wereld geleerd worden die een kind zonder sturing wellicht nooit zou ontdekken. Door een gebrek aan sturing grijpen kinderen liever naar een tablet dan een boek, terwijl ze de weg op internet vaak al snel kwijtraken. 

Of neem de leeromgeving. Hoewel het zogeheten tijd- en plaatsonafhankelijk leren (‘leerpleinen’) in opkomst is, wordt er niet bij stilgestaan wat dit doet met de concentratie van leerlingen. Werkenden klagen steen en been over de zogenoemde ‘kantoortuinen’, terwijl leerlingen daarin ongevraagd moeten zien te leren? Leerlingen willen net als iedereen rust en een leerkracht die hen leidt in plaats van in het duister laat tasten.

Effectief onderwijs wordt gegarandeerd door een didactiek die gebaseerd is op onderwijspsychologische kennis. De schoolleider beschikt over die kennis en deze wordt breed gedeeld en gerealiseerd in de school. Een effectieve school durft keuzes te maken en kan uitleggen waaraan ze wel en geen aandacht besteedt. Als een school deze visie uitdraagt, weten leerkrachten zich gesteund, en weten ze dat ze elke leerling kunnen laten leren, ongeacht diens achtergrond. 

De leerkracht is directief, gezaghebbend, zorgzaam en actief en met passie betrokken bij het lesgeven en leren en maakt daarbij gebruik van een onderwijsprogramma dat veel ruimte biedt voor het automatiseren van basisvaardigheden (lezen, spellen en rekenen) en de ontwikkeling van algemene kennis.

Bron: NRC 12 april 2019

Referenties